Professioneel Meesterschap in Meknes

Zoals al aangekondigd werd is er verandering van eerdere berichten.

De tekst van de berichten is aangevuld en waar nodig vervangen door herziene versies.

De berichten lezen nu meer als één verhaal.

Veel plezier er mee.

Zondag 9 oktober

Wat is reëel?
In gesprekken met oud-leerlingen van Marokkaanse afkomst tijdens een reünie van een school in Amsterdam-West komen veel van de problemen in Marokko langs. Leerlingen, veelal uit het Rif, herkennen en bevestigen de problemen die hierboven gesignaleerd werden. Vooral door een gebrekkige infrastructuur en corruptie komt er volgens hen nauwelijks iets van de grond. Zo blijft het rurale deel van Marokko verstoken van goed onderwijs en goede ontwikkelingsmogelijkheden. Vaak is dat ook de reden geweest dat ouders vertrokken en gezinnen in Nederland herenigd werden. In Nederland lagen er kansen, met name voor de ontwikkeling van de kinderen. Als zijn vader niet uit Chefchaouen naar Nederland was gekomen, dan was Youssef nooit natuurkunde gaan studeren en ook geen bijles gaan geven. En dan had Najat nooit geneeskunde kunnen studeren en ook geen kinderarts kunnen worden. Dat was toen, maar naar wat ik heb gezien denk ik dat het nog steeds zo is in Marokko. Zullen die kinderen die de kans hebben gekregen ooit iets voor Marokko kunnen of willen betekenen? Sommigen wel, anderen niet. Want zoals een opleider in Marokko al beschreef: de Nederlandse Marokkanen zijn geen Marokkanen meer. Met daarbij zoals ik het waarneem: de Nederlandse maatschappij ziet ze niet als Nederlanders. Ze doen het namelijk voor zichzelf en proberen de eigen gemeenschap in Nederland zo ook te helpen. Een leerling die ook uit Chefchaouen kwam zei het als volgt: ” … ik woon daar achter bij het hotel …”. Zijn ouders en het hele gezin gaan nog altijd elk jaar in de zomer terug. De ouders zullen zich waarschijnlijk daar hervestigen met steun van hun kinderen. Een oudedagsvoorziening die ze verdient hebben door hun kinderen een kans te geven.
Zo heeft Marokko nog een lange weg te gaan in de ontwikkeling van met name het rurale deel en de veerkracht te ontwikkelen de gevolgen van die ontwikkeling op te kunnen vangen in de maatschappij. Zo heeft Nederland ook nog een moeizame weg te gaan voor het aanpakken van onterechte sociaal-economische segregatie.

Bedankt voor de aandacht en blijf in contact.

Vrijdag 7 oktober

Tsja, de laatste dag. De vroege ochtend is er nog voor een chi kung training op het strand en na het ontbijt een wandeling door Asilah. Het leukste moment in de Kasba was het moment dat de school begon. Muziek schalt uit luidsprekers door de binnenstad. Overal lopen en rennen kinderen, nog even snel een zakje snoep kopen. Er wordt door jongetjes geduwd, getrokken en geschopt, wat zijn die fysiek met elkaar bezig. En hoe herkenbaar is dit gedrag van de Marokkaanse jongetjes op een zwarte school in Amsterdam-West! De meisjes lopen gezellig in groepjes door de stad, zij lopen met name met snoep rond. En dan stromen ze als de oproep van een meisje uit de luidsprekers klink de school binnen. Achter de poort verzamelen ze zich in klasseverband en daarna lopen ze geordend naar binnen, meisjes en jongens apart.

De laatste indrukken van Marokko zijn: een filmploeg op de brug bij Oued Mharhar en het vliegveld van Tanger.

Om even na drie uur stijgen we op en ruim drie uur later, plus twee uur tijdsverschil, zijn we weer in ons koude kikkerlandje.

En ja, een onvergetelijke week, de cultuurschok is er echt wel. Hoe hier nu verder mee, wat nemen we hier van mee in onze studie en natuurlijk in de praktijk van alle dag? Zijn wij blijvend veranderd? Vragen genoeg.

Wat roept dit nu allemaal op?

Ik bereik een staat van verwarring. Hebben we nu de illusie dat we met dit bezoek iets bewerkstelligen in Nederland, in Marokko of in ons eigen onderwijs? En dat terwijl de wereld ondertussen aan ons voorbij raast, er zijn veel zaken waar we geen invloed op uit kunnen oefenen. Maar gelukkig komt elke dag de zon gewoon weer op. Er zijn dan van die ochtenden dat je hier extra van kan genieten. De zon komt dan niet gewoon op, maar ze komt op op een koele ochtend in Chefchaouen. Het is net half acht geweest en het ene deel van het stadje ligt nog in de ochtendschemering en het andere deel al vol in de ochtendzon. Donker en licht ontmoeten elkaar. Ze ontmoeten elkaar in een strijd, misschien meer een spel, het spel van Yin en Yang. De één bestaat alleen bij de gratie van de ander. Zonder de ander is de één zinloos. Het spel is het proces dat nodig is om de weg te vinden. Het proces dat een synthese vormt van tegenstellingen. Het proces dat zorgt voor groei en ontwikkeling. In dat proces, in de synthese, ontstaan als vanzelf dilemma’s. Dilemma’s die we moeten onderzoeken en waar we een uitweg voor moeten vinden. Dilemma’s die ankerpunten zijn op de weg van de synthese. Zo’n dilemma lijkt bijvoorbeeld te ontstaan als we de onderwijssystemen van Marokko en Nederland naast elkaar leggen. In Nederland ligt de harde selectiegrens bij twaalf jaar; het is een scherpe lijn tussen allemaal samen en ieder zijn vakje. Vaak hard en niet zonder teleurstellingen en verdriet. Maar dat leidt ook tot strijd, strijd om beter te willen proberen te zijn. En opluchting eindelijk erkent te worden in je kwaliteiten, de rust je plek gevonden te hebben. Eenzelfde harde lijn ligt in Marokko in het eerste jaar van de universiteit voor leerlingen die het collège en het lycée hebben doorlopen. Iedereen krijgt in de tijd van twaalf tot achttien jaar de kans om zo ver te komen. Geen echte selectie, alleen als het echt niet lukt stroom je door naar het goede beroepsonderwijs dat in Marokko nog in hoog aanzien staat. Gelijke kansen, maar het eerste jaar in de universiteit is een bijltjes-jaar. In het collège leek nog niets aan de hand. Het is een soort basisvorming zonder rangen of standen. Er is wel differentiatie, maar hooguit zichtbaar in de leeftijdsverschillen in de klas. In het lycée zie je toch wel verschillen naar klas en opleiding. Die weg van collège, verplicht en het lycée, niet verplicht, lijkt tot een soort sociale synthese te leiden. Lijkt, want de verschillen zijn er wel degelijk: openbaar onderwijs, privé onderwijs, algemeen onderwijs, beroeps onderwijs en een hele rits aan na- en buitenschoolse leer- en doe-clubjes. Een zee aan kansen, maar wie grijpt ze? De jongen op het platteland die elke dag nodig is om water te halen voor de familie of het meisje dat elke dag thuis moet helpen? De zoon van de schoenmaker in de stad, de dochter van de straatveger? Vragen stellen is ze beantwoorden. De uitersten zijn echter nodig in de synthese, maar die synthese is nog steeds geen garantie voor dezelfde weg voor allen, voor gelijke kansen. Het is zelfs mogelijk dat de uitersten blijven bestaan en dat de tegenstrijdigheden geen dilemma vormen. Want of je nu het Nederlandse systeem of het Marokkaanse systeem neemt, het is niet zo dat beide systemen een duidelijk verschillend maatschappij opleveren. Wat werkt er nu eigenlijk het best voor een samenleving? Is het de aanpak van Marokko met de late selectie en onderwijs voor iedereen of die van Nederland met de vroege selectie en kansen voor iedereen? Maar is dit eigenlijk wel een dilemma? Mij lijkt het alleen een echt dilemma als de maatschappelijke gevolgen van de beide onderwijsselectie-systemen duidelijk anders zijn. Als we geen rekening houden met de verschillen in het welvaartsniveau die er nu zijn, dan lijken de maatschappelijke verschillen niet zo groot. Het lijken dezelfde sociaal-economisch gestapelde samenlevingen. Misschien is de Marokko-piramide wat breder en minder hoog, maar niet zo wezenlijk anders dan de Nederlandse. Beide samenlevingen zijn sociaal-economische gestratificeerd volgens het principe van financieel economische macht. Groot verschil is misschien wel dat de sociale segregatie die dit tot gevolg heeft in Nederland gekoppeld lijkt aan specifieke bevolkingsgroepen. Mij is echter niet duidelijke of een dergelijke vorm van onbedoelde discriminatie ook in Marokko plaatsvindt. Ook hier zijn specifieke bevolkingsgroepen, denk bijvoorbeeld aan de Berbers, die misschien andere sociale privileges hebben. Als je echter beide samenlevingen in principe zoals ze nu georganiseerd zijn als goed kwalificeert, dan is er eigenlijk geen dilemma voor wat betreft het onderwijsselectie-mechanisme.
De vraag is dan of een selectiesysteem in het onderwijs, en het onderwijssysteem zelf, wel in staat zou zijn om de sociale stratificatie te veranderen. Dat zou wel zo moeten zijn, want waar anders in de samenleving is het mogelijk om de jeugd op grote schaal te socialiseren en te veranderen? Als we echter accepteren dat het sociaal kapitaal van de jeugd de sterkst bepalende factor is voor succes, dan moeten we ook constateren dat het onderwijs maar een marginale factor is voor sociale verandering. Zoals hierboven beschreven lijkt dus dat een keuze voor een selectiesysteem niet ingegeven wordt door de wens de maatschappij te veranderen. Wat kunnen dan nog motieven zijn om die keuze te bepalen? In een lange dialoog in de bus over dit thema hebben we wel geprobeerd een alternatief te formuleren De basis hiervoor was onthaasten! Leerlingen langer de tijd geven om hun keuzes te bepalen en zich voor te bereiden op een vervolgopleiding. Maar toch ook nog wel de wil tot maatschappelijk verandering, veranderingen die met respect en waardering voor elkaars talenten te maken hebben. Leren dat we elkaar nodig hebben in de maatschappij. De dokter kan niet zonder de elektricien, de advocaat niet zonder de postbode, … en natuurlijk visa versa. Respect en waardering voor elkaar omdat we samen de samenleving maken; dat is samenleven.

Hoe ver is Marokko daarin naar mijn idee? Dat is moeilijk te zeggen op basis van wat we hebben gezien en gehoord. Eigenlijk omdat we niet genoeg gezien en gehoord hebben en niet genoeg in de diepte hebben kunnen gaan. Waarnemingen blijven daardoor oppervlakkig en het gevaar bestaat dat door de behoefte tot invulling waarnemingen gekoppeld worden aan oppervlakkige ideeën. Vooroordelen liggen dan op de loer, ze helpen immers de waarnemingen te classificeren. En classificeren willen we graag om waarde te geven aan waarnemingen. We willen immers iets met wat we waarnemen. Waarom anders waarnemen? Waarnemen van uit een vliegtuig geeft de mogelijkheid tot overzicht, de details verdwijnen, grote lijnen worden zichtbaar. Wat zien we dan van Marokko? Grote leegte, met hier en daar een flinke kluit welvaart. Veel armoede en analfabetisme met hier en daar een flinke dot rijkdom. En de scholen? De scholen lijken hierin te verdwijnen, of omdat ze er bijna niet zijn of omdat ze niet opvallen in het geheel. Is onderwijs niet zichtbaar in Marokko? Gelukkig wel, maar helaas onderscheidt het zich nauwelijks van de maatschappij. Het valt niet op, het biedt de leerlingen nog geen vernieuwend perspectief. Maar in Nederland is dat eigenlijk niet anders. Beide onderwijssystemen weerspiegelen de maatschappij zoals was en is en niet zoals we zouden willen dat ze wordt. Of hoe het onderwijs zou moeten worden in de zin van de leerling zicht bieden op een toekomst die beter is dan het nu is. De leerling het gereedschap bieden zijn eigen toekomst beter te maken. En beter is dan niet alleen in materiële zin. Misschien voorlopig voor Marokko nog wel, om een internationale inhaalslag te maken. Voor Nederland niet, wij moeten accepteren dat we een bovengrens hebben bereikt en ook anderen in de samenleving een echte kans geven. Die toekomst is voor Marokko helaas nog erg ver weg.

De laatste bezoeken, geven die antwoord?

Door de andere structuur van het onderwijs in Marokko ontstaat een vermoeden dat het niveau wellicht anders is als bij ons. De afdeling onderwijsvergelijking van het Nuffic lijkt dit te bevestigen door Marokkaanse diploma’s te waarderen naar een lager niveau dan ze afgaande op de diplomeringsmomenten geacht worden te hebben. (Waardering van buitenlandse getuigschriften, landenmodule Marokko. Nuffic, Den Haag, 2010). Toch is het erg lastig om hier in de praktijk een beeld van te krijgen. Afgaande op de inrichting van de lokalen en de lessen zou alleen het ontbreken van modern materiaal dit beeld ondersteunen. Dat is dan wel vanuit het perspectief dat alles wat verouderd is van een lager niveau zou zijn. Achterliggend beeld hierbij is volgens mij dat door een toenemende complexiteit van de samenleving de school als ze dat niet weerspiegeld in haar aanbod de leerlingen een lagere complexiteit aanbieden dan de maatschappij verwacht. Als dat zo is, dan is dus het niveau voor de leerlingen van twaalf tot achttien jaar in Marokko lager dan bij ons. Maar afgaande op wat er op het bord is verschenen en in de boeken staat bij de lessen die we hebben bezocht wordt dit beeld niet bevestigd. Inhoudelijk lijkt het niveau van onze middelbare scholen in Marokko meer dan bereikt te worden. Maar dan lijkt de nadruk toch echt wel te liggen op boekenkennis en niet op kennisontwikkeling. Hoe zit het dan met die geïntegreerde pedagogiek en het kritisch (zelfstandig) leren denken? Is het ontwikkelen van kritische reflectie wel mogelijk als leerlingen passief kennis verwerven? Ik krijg hier geen beeld van. Vragen hiernaar lijken vaak niet of onvolledig beantwoord te worden. Eigenlijk raar dat we weinig antwoord krijgen op vragen die er toen doen. Ja, maar voor wie doen ze er eigenlijk toe? Voor ons zijn het vragen die spelen, voor onze gastheren misschien te confronterend en misschien zelfs belerend. Dit is een lastige kwestie die niet even snel op te lossen is. Veel meer, misschien meer informeel, contact zou kunnen helpen elkaar meer te begrijpen, elkaar beter te verstaan en elkaar op weg kunnen helpen.

Dat er echter een nationale ontwikkeling, een vernieuwing, in gang is gezet lijkt mij wel duidelijk. Dat het proces niet zonder slag of stoot, niet zonder vallen en opstaan zal verlopen lijkt mij ook evident. Men werkt gepassioneerd aan het aanpakken van de problemen van een internationaal achterop geraakte samenleving. Ook op de universiteit die we hebben bezocht komt naar voren dat men hard werkt aan verbetering en tegen problemen aan loopt. Hier signaleert men met name de problemen van het ontbreken van een instelling bij afgestudeerden om een leven lang te blijven ontwikkelen. Door internationale samenwerking wil men de mentaliteit ontwikkelen dat blijven vernieuwen vanzelfsprekend is. Zo hoopt men ook het wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling ervan een duw in de goede richting te kunnen geven. Op onderwijskundig gebied is er bijvoorbeeld maar één faculteit, aan de universiteit van Rabat, ander onderwijskundig onderzoek en ontwikkeling gebeurt aan de CPRs en de l’ENS. De mate waarin dit gebeurt is echter niet duidelijk geworden tijdens deze studiereis. Ook hiervoor zoekt men internationale samenwerking.
Een bijkomend probleem is dat het afstuderen aan de universiteit geen baangarantie betekent. Er is in de Marokkaanse samenleving nog te weinig werk voor en dus weinig vraag naar personeel met een universitaire opleiding. Waar wel veel werk is is bij de bedrijven die personeel nodig hebben met een beroepsopleiding. Bedrijven ondersteunen actief, samen met het Ministerie van Werk en dat van Onderwijs, beroepsopleidingen van alle niveaus. Het lijkt er zelfs op dat de hogere beroepsopleidingen, de hogere technische scholen, meer in aanzien staan dan universitaire opleidingen. Voor een land dat sterk sociaal-economisch in ontwikkeling wil zijn is dat eigenlijk niet zo verwonderlijk. In Nederland lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Theoretische opleidingen staan hoger aangeschreven dan beroepsopleidingen. Hersenarbeid lijkt hoger beloond te worden dan handarbeid. Hierdoor gaat het aanbod van afgestudeerden in de beroepsopleidingen sterk achter lopen bij de vraag erna. Een probleem dat voor een open samenleving als Nederland geen probleem hoeft te zijn, ware het niet dat dit een nieuw allochtonenvraagstuk lijkt op te roepen met alle spanningen van dien.

Dinsdag 4 oktober

Komen ze er nu verder mee in Marokko?

Toch weer even terug naar Marokko. De situatie op het platteland is nog steeds in mijn ogen schrikbarend. Het analfabetisme is ruim 50% waarvan zeker 90% meisjes, hoger dan in menig ander Afrikaans land. Om dit aan te pakken samen, met de nieuwe pedagogische aanpak, zijn landelijk erg veel collèges nodig en dus ook veel docenten. Voorlopig lijkt dat op het platteland dus niet te werken. Het lijkt er op dat niet alle leerlingen in de leerplichtige leeftijd op school zitten. Ook de materiële ondersteuning en begeleiding lijkt op het platteland niet van de grond te komen. Veel kinderen zwerven rond op of zijn aan het werk op het platteland. Ze zijn daar nodig. Het proces van emancipatie en alfabetisering en de rol van de school daarin is er een van lange adem. Doordat er veel factoren tegelijk aangepakt moeten worden, politiek, economisch, sociaal, is dit een traag proces.

En hoe zit het dan met de lycea? Als de kinderen daar naar toe willen is er dan nog steeds ondersteuning? Is een lycée praktisch gezien voor iedereen toegankelijk? Is in het lycée nog steeds sprake van een geïntegreerde pedagogiek? Wat betekent dat dan voor de aanpak en organisatie? Dit zijn veel vragen waar ik geen duidelijk antwoord op kan geven, daarvoor heb ik te weinig informatie gekregen tijdens de bezoeken. En eigenlijk komen veel van deze vragen toch pas achteraf op als er meer overzicht komt.

De bezoeken aan de École Superieur Nationale (l’ENS) en het Lycée hebben dan ook geen antwoord kunnen geven op alle onze vragen.  Wel was op l’ENS dezelfde gedrevenheid terug te vinden als op het CPR. l’ENS is wat wij de eerste graad opleiding zouden noemen. Net als op het CPR worden studenten van de universiteit in één jaar theoretisch opgeleid tot docent. Daarna hebben ze nog een praktisch opleidingsjaar voor ze hun diploma krijgen. Voor de aankomende docenten ligt de nadruk  niet alleen op competentie die vakgericht zijn, maar ook op onderwijskundig en ontwikkelings-gebied. Vergelijkbaar dus met wat wij van docenten verwachten, of zouden mogen verwachten. Voor het onderwijs aan de leerlingen op het lycée richt men zich op het cognitieve vlak en daarnaast op competenties die te maken hebben met (wereld)burgerschap. Dat gaat dan met name over communicatieve en sociale vaardigheden naast samenlevings- en kritische vaardigheden. Men wil de leerlingen een “esprit critique” bijbrengen, een houding van kritische reflectie op zaken die op ze afkomen vanuit school en de samenleving (de wereld). Men doelt dan met name op het kritisch gebruik van ICT-gerelateerde toepassingen zoals sociale media. Ik vraag mij dan af wat de rol van filosofie zou kunnen zijn in het onderwijs. En dan bedoel ik niet alleen in Marokko, maar ook in Nederland. Vanuit een filosofische, met name socratische, aanpak kan die kritische reflectie goed ontwikkeld worden. Bijkomend probleem in Marokko, en volgens mij ook
voor een deel in Nederland, is de geringe mate waarin ouders betrokken zijn bij de scholen. Als scholen niet met ouders op één lijn komen voor wat betreft de overdracht van waarden dan bereikt men onvoldoende met de nieuwe pedagogische aanpak. Men zet daarom ook sterk in op die ouder-betrokkenheid door dat nationaal te organiseren. De nationale ouderorganisatie zorgt tot op lokaal niveau voor ondersteuning van docenten, het betrekken van ouders bij het onderwijs en ook voorlichting zien ze als hun taak. Men zoekt daarbij ook internationale uitwisseling, onder andere met Nederland. Opvallend is dat men zegt dat door deze manier van organiseren de intrinsieke betrokkenheid van ouders bij het onderwijs van hun kinderen zich kan manifesteren. Hier zou men in Nederland toch wel wat mee moeten kunnen. Dit voorbeeld van zo’n ouderraad zou ook in Nederland kunnen helpen ouders meer betrokken te maken bij scholen. Met name voor sociaal zwakke en allochtone milieus lijkt mij hier een kans liggen. Een oudercommissie als intermediair tussen school en ouders kan de sleutel zijn tot doorbreken van sociale segregatie.

Een ander factor werkt in Marokko tegen; de dominante positie van het Frans en de Franse cultuur in de hogere lagen van de samenleving zorgt voor een sociale scheiding met de lagere Arabisch sprekende lagen. Dit uit zich sterk in het onderwijs: het onderwijs in de middelbare school (collège en lycée) wordt in het Arabisch gegeven, het onderwijs op de universiteit is geheel in het Frans. Om succesvol te kunnen zijn moeten leerlingen privé Franse les krijgen en dat kost geld! Maar zelfs al ontbreekt deze taalbreuk in Nederland we hebben vergelijkbare problemen. Ook bij ons is de mate van beheersing van de Nederlandse taal doorslaggevend voor succes in de samenleving. Het is misschien niet de enige factor die een rol speelt, maar toch wel een erg belangrijke. Ook toegang tot informatie, samen met het begrijpen er van, is bijvoorbeeld cruciaal in dit proces.

scheikundeles op het lycée

Het grootste avontuur van de dag was het bezoek aan de Medina van Meknes. Kopen en afdingen, rondneuzen en dwalen met een gids, als een van de weinige touristen tussen de lokale bevolking wandelen, kijken en hangen op het terras.

de Medina van Meknes

Maandag 3 oktober

perspectiefwisseling ...?

Indrukken van een onderwijssysteem.

De eerste schoolbezoeken zijn achter de rug. We hebben een centre pedagogique regional (CPR) en een collège bezocht. Het  CPR is wat wij een tweede graad lerarenopleiding zouden noemen. Het collège het onderwijs van twaalf tot zestien jaar wanneer de leerplicht eindigt, lijkt op een middenschool. Ik moet zeggen dat het me heeft geïnspireerd en ook de realist in me aan het denken heeft gezet. De inspiratie kwam van de openheid, de eerlijkheid en de gedrevenheid van de opleiders van het CPR. Zij leiden in één jaar studenten, die twee jaar universiteit achter de rug hebben, op tot docenten voor het collège.
Wat dus bijvoorbeeld het ILO in Nederland voor het eerste graad gebied doet, opleiden in één jaar, doen ze in Marokko ook voor het tweede graad gebied. Positief is dat daardoor waarschijnlijk het vakinhoudelijk niveau van de docent hoger is, maar de pedagogisch didactische opleiding is vrij beperkt. Dat lijkt mij juist erg belangrijk, omdat in het collège alle leerlingen bij elkaar zitten. De pedagogisch-didactische gereedschapskist moet dan goed gevuld zijn.

De openheid uit zich in het gemak waarmee ze probleemgebieden signaleren bij het op nationaal niveau veranderen van het onderwijs. Men wil nationaal een geïntegreerde pedagogiek waarbij men leerlingen niet alleen cognitief, maar ook op houding en vaardigheden wil gaan evalueren. Landelijk een consensus bereiken hierover vergt erg veel van docenten en opleiders. Men loopt tegen problemen aan van scholing en nascholing, van de infrastructuur in het land en in de scholen en tegen gebrek aan betrokkenheid van de de rest van de samenleving en instituten. Het complexe systeem van de samenleving waarin het onderwijs zich bevindt zorgt voor veel onzekerheden. Men kan weinig processen goed sturen omdat hier politieke, maatschappelijke en religieuze componenten in zitten. Daardoor ontstaat veel interferentie bij de veranderingen. En dat terwijl men signaleert dat de complexiteit van de maatschappelijke problemen nu en zeker in de toekomst mensen nodig heeft die in staat zijn om die problemen aan te pakken. Voor het ontwikkelen van de maatschappij voelen ze zich verplicht de komende generaties de juiste gereedschappen mee te geven. Deze ambitieuze aanpak maakt dat ze misschien meer willen dan ze op dit moment kunnen. Ook in Nederland zou een dergelijke ambitie net als in Marokko veel problemen tegen komen. Problemen die het gevolg zijn van dezelfde interferentie als in Marokko. En dan is er natuurlijk ook altijd nog artikel 23, de vrijheid van het stichten van onderwijs in Nederland. Een mooi goed, dat niet altijd het juiste tot gevolg heeft. Die vrijheid van onderwijs is een vrijheid van onderwijskeuze geworden die de sociale segregatie in de hand werkt. Marokko lijkt hier in ieder geval iets aan te willen doen door de hele bevolking te willen verheffen.

In het collège zitten immers leerlingen van twaalf tot zestien jaar bij elkaar in heterogene groepen, heterogene naar sekse, leeftijd, niveau en kunnen. Ondanks het middenschoolkarakter is de indruk van het collège is toch wel erg klassiek. Grote klassen in bus-opstelling, frontaal klassikaal les en weinig bijzondere didactische middelen. Dit is natuurlijk als we kijken door onze Nederlandse onderwijs-bril. Maar eigenlijk gebeurt dit in Nederland ook nog veel in de onderbouw van menig middelbare school. Uit de  gesprekken met docenten blijkt wel dat er in Marokko de afgelopen jaren veel is veranderd. Van dicterend onderwijs zo’n acht jaar terug is er nu al veel meer interactie in de klas en met de leerlingen. Leerlingen worden actief bij de lessen betrokken en er zijn regelmatig projecten die door de leerlingen helemaal zelf ingevuld kunnen worden. Dit zijn ook de momenten dat houding en vaardigheden bij de leerlingen geëvalueerd worden.

Ontwikkelen is echter een proces van veel vallen en gewoon weer opstaan. Volhouden, niet bij de eerste tegenslagen de moed op geven. De nationale inzet van alle participanten vind ik hartverwarmend. In de gesprekken met de opleiders kwamen toch ook veel zaken aan de orde die wij in Nederland ook als probleem ervaren. Met name het probleem van uitvallers en sociale reproductie houdt de mensen hier erg bezig. Net als wij hebben ze ook hier nog geen definitieve oplossing, maar wel de wil om er in te  investeren. Zowel materieel, financieel, als in begeleiding, sociaal-emotioneel, didactisch, worden kinderen op alle mogelijke manieren ondersteunen.

In Nederland lijkt dit anders te zijn, minder extreem. Is ons middelbare schoolsysteem wel geschikt om genoemde problemen aan te pakken? Is het schoolsysteem misschien een direct gevolg van onze maatschappelijke organisatie en wordt die maatschappij zo in stand gehouden? Wil men wel echt de problemen aanpakken en de maatschappij veranderen?

einde van de dag op het college

Zondag 2 oktober

De contouren van een maatschappij.

De eerste opvallende zaken na een nacht in Casablanca. Er zijn heel veel hardlopers op zondag ochtend. Ook veel dames, geheel traditioneel, doch sportief ingepakt tot heel vrij in hemdje en short. Ook ’s avonds was dat al zichtbaar. Er wordt geflaneerd in traditionele kledij en in westerse kledij, een mooie mix. Maar naast een mooie mix zijn er ook enorme contrasten. Zo staat het arme naast het rijke, het nieuwe naast het oude, het mooie naast het afgedankte. Het idee dat hier alles door elkaar en toch ook
naast elkaar functioneert is vreemd en boeiend tegelijk. Maar er bekruipt mij wel een onrustig gevoel, is dit wel zoals het zou moeten zijn? Of is dit her gevolg van een Nederlandse opvoeding waarin extremen uit den boze zijn? De indruk dat een ieder zijn leven leidt op zijn manier lijkt tot gevolg te hebben dat men langs elkaar heen leeft. Of in ieder geval zich niets van een ander aantrekt. Hé, de was wappert op de daken van de huizen. Dat gebeurt niet alleen op het platteland, maar ook in de stad. Eigenlijk is dit ook een voorbeeld van het je niets aantrekken van een ander. En dan is er ook overal dat rondslingerende vuil en de vuilhopen in de stad. Er is toch ruimte zat? Zo lijkt men ook te bouwen, oude huis afgedaan, nieuwe huis ernaast. Is dit dan samenleven of samenleven?

Ondertussen zijn we op de snelweg van Casablanca naar Rabat. We hebben even geleden de schitterende moskee van Casablanca bekeken. Daar is ook aan de overkant van de baai rond de vuurtoren een sloppenwijk met een muur er omheen. Extremen die men hier accepteert? Langs de snelweg zie ik veel dezelfde huisjes, was en schotels op het dak. Amsterdam-West, schotel-city, lijkt hier de normaalste zaak van de wereld. En of het nu een boerderij is, een huis in een dorp of in een stad is, overal oud en nieuw door elkaar. Is dit gemak waarmee men met alle rangen en standen door elkaar leeft het gevolg van het feit dat elk kind met iedereen in het collège bij elkaar in de klas zit? Kent men elkaar en respecteert men elkaar? Of is het alleen maar een vorm van onverschillige tolerantie? En wat is de invloed van de privé-scholen hierop? Schermt de elite zich hier ook af? Dat lijkt zichtbaar in de samenleving: de muren om de dure huizen, de vestingen, de dure exclusieve clubs. Maar dat doet de elite eigenlijk altijd en overal.

Zet ik hier het beeld naast van Nederland met een van de meest segregerende onderwijssysteem van de wereld en het feit dat de Nederlandse samenleving ook steeds meer sociaal-economisch gesegregeerd raakt, dan bekruip mij een gevoel van onrust. Wat is nu wijsheid? Nederland met zijn meritocratie waar iedereen samen klontert op een ‘eigen’ plekje? Waaraan iedereen zijn identiteit ontleent aan wat hij bereikt heeft? Het leven volgens ‘kijk-eens-dit-heb-ik-bereikt’ principe. Wat maakt je eigenlijk tot wie je bent? Of dan Marokko?

Maar die droom wordt hard onderuit gehaald als we Rabat binnenrijden. Ja, dus er zijn erg groot verschillen! Rabat, de hoofdstad, de koninklijke residentie, is schoon, groen en modern. Ligt hier het gemiddelde levenspeil veel hoger? En dat terwijl Casablanca zorgt voor twee derde van het nationaal inkomen. Het lijkt dus dat de welvaart gekoppeld is aan bureaucratie. Het handig doorschuiven van geld, of … is dit toch het gevolg van machtspolitiek en/of corruptie? Maar laat ik niet te zwartgallig denken. Het is duidelijk dat er grote welvaartsverschillen bestaan. Deze ongelijke verdeling van sociaal kapitaal zal zeker ook in het onderwijssysteem zijn gevolgen hebben. Dat er privé-scholen zijn naast het openbaar onderwijs laat dit eigenlijk al zien.

Zaterdag 1 oktober

Een grote overgang

Op zaterdag 1 oktober 2011 is het zover; met de groep PM gaan we op weg naar Marokko. Ik blijf ambivalent over de zin van deze reis. Het is natuurlijk een unieke kans om in het onderwijs van een, toch wel, Afrikaans land te duiken.
Maar wat zijn nu drie dagen om daar kennis van te nemen en wat kunnen we hier van meenemen voor onze kijk op het onderwijs in Nederland? Toch zal het kijken naar onderwijs vanuit een ander perspectief altijd helpen het onderwijs in Nederland met een frisse blik te bezien. Gelukkig lukt het me om die ambivalentie, de scepsis, naar de achtergrond te drukken. Ik denk dat het me wel gaat lukken de dingen over me heen te laten komen. Eerst maar eens zien en dan maar beschouwen.

’s Ochtends heb ik nog een halve trainingsdag Chi Kung gevolgd. Het is erg mooi weer en we kunnen buiten in het Flevopark ‘tijgers en draken temmen’. Lekker, het helpt om los te komen van een twijfel. Voldaan en opgeladen ga ik ’s middags op pad. Een zware lome vermoeidheid heeft zich in mijn lijf genesteld. De juiste fysieke en mentale toestand om  relaxed te reizen. Ik ben ruim op tijd op Schiphol. Inchecken en de hele boel verloopt goed. In de bodyscan … sleutels nog in mijn broekzak, daar zitten ze normaal nooit. En ook mijn portemonnee vergeten in de bak te leggen, die vergeet ik waarschijnlijk omdat die veel leger is dan normaal. Het lijkt wel of ik nu al weg ben en mij anders gedraag, dat komt vast door de training van deze morgen. Het vliegen ging ook prima. De derde keer opstijgen en hoog boven de grond hangen is echt al een stuk meer ontspannen. Helaas niet veel gezien, er zit heel veel vocht in de lucht en ik zit aan de zonkant. Het licht ketst af op de waterdamp en  versluierd het zicht sterk. Op twaalf kilometer hoogte geeft dat wel een heel mooie zonsondergang. Een schitterende regenboog tekent zich af rond de kromming van de aarde! Als het donker is zijn we net boven de Middellandse zee, Ceuta licht mooi op. Van de rest van Marokko krijg ik op dit moment weinig mee. Dit is dus wel Noord-Afrika. Om even over zeven landen we in Casablanca, Aeroport Mohamed V, het is donker en erg vochtig en warm. Dit zijn mijn eerste stappen op Afrikaanse bodem! Is dit Afrika, is dit Marokko? Ik weet het niet, hoewel de Islamitische cultuur zichtbaar is ademt de rest toch echt ook wel Europa. Later in de stad is dit nog sterker, dit kan net zo goed Frans of Spaans zijn. Alleen de jongen die bij de bagage en de bus rondhangt en koffers wil helpen in de bus te doen, dat is wel een bevestiging dat we in een land zijn waar toeristen geld komen brengen. We zijn er nog niet aan toe en sturen hem met lege handen weg.

Het wordt laat en met die extra twee uur tijdsverschil is het voor ons lichaam erg laat. We hebben trek en na een borrel in het giga-atrium van het hotel gaan we in de stad opzoek naar wat eten. Mohamed wandelt met ons door Casablanca, we flaneren wat over de boulevard net als de lokale bevolking. Al flanerend zoeken we een plek voor een klein hapje. We vinden laat in de avond gelukkig nog wat, zo’n pizza/sandwich-tent. Ze willen nog wel wat serveren aan een grote groep, het is toch even een meevallertje voor ze. Het gaat echter niet allemaal van een leien dakje; pizza végétariana met gehakt, ach ja.

… en we vlogen dus met Royal Air Maroc …

 

Casablanca bij nacht

De stad is druk tot diep in de nacht. Feestende voetbal surporters en late stappers maken tot laat veel lawaai. Het leeft!

Donderdag 29 september

Zo, nog een paar dagen en we gaan op pad. De studenten/docenten van de lichting 2010-2012 van de opleiding Professioneel Meesterschap gaan op onderwijsreis naar Marokko. Het primaire reisdoel is Meknes, waar we verschillende scholen zullen bezoeken om een indruk te krijgen van de verschillen en overeenkomsten met het onderwijs in Nederland. We hopen er natuurlijk ook veel van mee te kunnen nemen voor verbetering van ons eigen onderwijs. De meeste van ons hebben in hun school te maken met een flinke populatie marokkaanse leerlingen. En daarnaast hopen we ook ideeën op te doen voor de professionalisering van ons meesterschap. Hoe gaan ze in Marokko om met onderwijskwaliteit en de professionalisering van docenten? Wat kunnen we daar van leren en meenemen naar Nederland?

Natuurlijk blijft er ook tijd genoeg over om cultuur te snuiven.

De reis begint in Casablanca (za), dan via Rabat naar Meknes (zo), schoolbezoeken in Meknes (ma,di,wo), dan via Chefchaouen (wo) naar Asilah (do) en tot slot naar Tanger voor de terugreis (vr).

Hopelijk lukt het ons om dagelijks een onderhoudend stukje te plaatsen begeleid door fotoos.

‘Deze activiteit is mede mogelijk dankzij de financiële steun uit het Bios-programma van het Europees Platform-internationaliseren in onderwijs’

Tagwolk